Groots en meeslepend luieren

‘Waarom komen ze samen, wanneer ze zo denken? Waarom drukken ze elkaar zo stevig de hand? Nooit hoor je een oprechte lach, zie je een schijn van sympathie! Iedereen is op hogere rangen en titels uit. “Die of die is bij mij geweest, ik heb die of die een bezoek gebracht” en daar zijn ze dan trots op… Maar wat is dat nu voor leven? Dat begeer ik niet. Wat heb ik eraan, wat leer ik ervan?’

(Oblomov – p. 193 – Gontsjarov, I.A. (1858) – Van Oorschot: Amsterdam (vierde druk, 1983)

Gisteren heb ik Oblomov uitgelezen. Het is en blijft een van mijn favoriete ‘grote Russen’. Ilja Oblomov is een man bij wie het heilig vuur is gedoofd. Hij trekt een beetje rente van zijn landgoed, brengt hele dagen in bed door en maakt daar fantastische plannen. Zijn goede vriend Andrej Stolz is praktisch ingesteld, staat midden in het leven en probeert Oblomov tot actie te bewegen. Dan komt de liefde in Oblomovs leven...

Bijfiguren
In een goed geschreven roman zijn de bijfiguren niet van bordkarton. Ook hier, ze komen bij Gontsjarov echt tot leven. Bediende Zachar, ‘vriend’ Tarantjev… je ziet ze zo voor je. En de auteur past Show, don’t tell toe als het om luiheid gaat. Het wordt voor Oblomov bijvoorbeeld steeds moeilijker om een brief open te maken. 

Leven
Het is te gemakkelijk om Oblomov als nietsnut af te serveren. Zijn mijmeringen over het leven mogen er zijn. Probleem is alleen dat hij er niets mee doet. En zo trekt dat leven maar aan hem voorbij. Wat Stolz te weinig heeft, heeft Oblomov te veel. Kortom: lezen mensen (en lees de nieuwe vertaling in de onvolprezen reeks van L.J. Veen Klassiek)!        


« terug naar overzicht